Archive for month: februari, 2010

Schoolvoorbeeld van nieuwe journalistiek: The Big Picture

Ik lees de laatste tijd veel verhalen over citizen journalism of burgerjournalistiek. Het is een felle strijd, zo lijkt het, want alk bericht valt ofwel in de categorie “burgerjournalistiek is geen echte journalistiek” ofwel in de categorie “burgerjournalistiek is de nieuwe journalistiek”. Ik onderstreep ze allebei, of allebei niet. Kies maar. Het is niet interessant. Interessant is welke kansen er liggen.

Een mooi voorbeeld van een journalistieke productie die heel goed omgaat met dat laatste punt, is The Big Picture, een fotoblog van website ontwikkelaar Alan Taylor bij de Amerikaanse krant The Boston Globe. Inderdaad ja, een website dude maakt misschien wel de meest relevante pagina van een journalistiek medium.

Elke krant is geabonneerd op een berichten en fotoservice van persbureaus. Kranten willen namelijk meer nieuws brengen dan ze met hun eigen journalisten kunnen verslaan. Maar van alles wat er via die kanalen binnenkomt, wordt het meeste niet gebruikt. Wie ooit heeft mogen zien wat er binnenkomt van zo’n fotopersbureau, weet hoeveel moois en relevants er dagelijks geschoten wordt, maar nooit gezien wordt. Dat laatste vond Alan Taylor zonde.

Dus maakt hij – gekoppeld aan de actualiteit – op maandag, woensdag en vrijdag een selectie van pakweg 40 foto’s rondom een onderwerp en plaatst die lekker groot op zijn fotoblog. De 40 mooiste, of ze nu van AP, Reuters of via Getty Images van onafhankelijke fotografen zijn. Zonder veel tekst. Een journalistiek voorbeeld van het gebruik maken van de beschikbaarheid van informatie en de technologische mogelijkheden om die op zo’n manier te presenteren dat ze doel bereiken: een kijker die geraakt wordt door een journalistiek verhaal in beeld. What am I talking, kijk zelf!

Geld verdienen en anonieme journalistiek

Ok, de wereld verandert en er liggen kansen voor de journalistiek door de ontwikkelingen op het gebied van sociale media, cocreatie en burgerjournalistiek. De grote vraag is wie een journalist gaat betalen voor zijn nuttige werk als nieuws gratis is en het nieuws bovendien voor een steeds groter deel door het publiek zelf wordt geproduceerd?

Of niet? Want het gaat niet om de journalist, het gaat om goede betrouwbare journalistiek. En wie weet, misschien kan dat voor een deel wel in een ander model dan dat waarbij de professionele CAO journalist de gate keeper is. Ik zeg misschien. Ik weet het serieus niet. Maar de berichten van afgelopen week laten wel zien dat dit soort nieuwe modellen voor de journalistiek niet zuiver hersenspinsels zijn van futuristen.

Wat te denken van het verhaal in De Pers (16 februari online, 17 februari in drukversie), over de maker van origami instructiefilmpjes die geld verdient door ze op Youtube te laten aankleden met advertenties. In hetzelfde verhaal ook andere voorbeelden. De onderwerpen waarmee verdiend wordt, komen nog niet in de buurt van journalistieke producties, maar het is niet ondenkbaar. Want wie kijkers heeft, verdient, wat er ook te zien is.

Of de fotosite Citizenside.com, die een deal sloot met de Franse editie van Metro over het gebruik van door publiek gemaakte foto’s in de printversie van de Franse Metro. Worden foto’s geplaatst, dan kan de maker tussen de 10 en 70 euro verdienen. Je kunt zeggen dat het een ondermijning is van de positie van de beroepsfotograaf, die nu moet concurreren met de hele wereld. Maar met een journalistiek oog bekeken kun je niet volhouden dat het – behalve voor het salaris voor de professional – echt slecht is voor de journalistiek als je gebruik kunt maken van een netwerk dat met geen leger professionele fotografen is te evenaren.

Jaja, de kwaliteit laat soms te wensen over. Maar journalistiek gaat niet altijd over de mooiste foto, het best geschreven verhaal, de mooist klinkende quadrofonische radioreportage. Journalistiek is voor een groot deel actualiteit, is weten wat anderen niet weten en dat delen, is registreren en publiceren, op het juiste moment op de juiste plek zijn. Meewerkende omstanders kunnen in dat geval soms van doorslaggevend belang zijn. Zoals de anonieme filmer die de dood van de 26 jarige Neda Agha-Soltan niet alleen filmde tijdens de protesten in Teheran (Iran) afgelopen juni, maar het ook uploadde en via internet deelde met de hele wereld. De video ging razendsnel over de wereld via vele netwerksites en werd een iconisch beeld voor het verzet tegen het Iraanse regime. Maar dat niet alleen. De jury van een van de oudste journalistiekprijzen te wereld koos juist dit fragment uit voor een George Polk Award in de categorie videonieuws. Prijswinnende journalistiek, gemaakt door iemand die we niet kennen.

Neda Agha Soltan neergeschoten in Iran
(maker: onbekend)

Het gaat om de weg, ook bij journalistiek

In een presentatie voor de muziekindustrie liet futurist Gerd Leonhard afgelopen vrijdag tijdens de Midem conferentie zien hoe je geld kunt verdienen aan zaken die ook al gratis beschikbaar zijn. Plavei de weg en vraag tolgeld, dat is kort samengevat zijn boodschap. Mensen betalen als het ze heel makkelijk gemaakt wordt om dat te krijgen wat ze willen.

Dat het geen illusie is, maar nu al werkelijkheid op veel plekken, toont hij met talloze voorbeelden. Wat te denken van O Reilly, die toegang tot 15.000 technische boeken voor nog geen 20 euro, of iStockphoto, die foto’s verkoopt die je ook met Google kunt vinden?

Presentatie Gerd Leonhard op Midem (15 min)

De les die Leonhard de muziekindustrie leest, kun je met gemak ook voordragen aan alle journalistieke media. Het is voorbij met het monopolie op precies dat wat Leonhard aansnijdt: niet zozeer de inhoud zelf, maar de manier waarop die haar publiek bereikt, is veranderd. Vroeger waren die wegen naar nieuws helder voor de geïnteresseerde. Kort door de bocht ‘s ochtends het krantje, overdag het nieuws op de radio en ‘s avonds het acht uur journaal.

Nu kan de liefhebber zoveel wegen bewandelen dat hij heel veel tijd of een goede kaart nodig heeft om te komen op de plekken die hij wil zien. Daar ligt de kans voor de media-industrie. De maker van die kaart, van de juiste filters voor iemands persoonlijke wensen, biedt iets waardevols en kan daar geld aan verdienen. Of het nu muziek is, of journalistieke inhoud.

Ikea opgepast, de RepRap komt eraan

Ik hoorde er een paar jaar geleden over, toen een vriendin druk was met het maken van een prototype van een ontworpen product. Toen was het zo duur om op de printmanier een prototype te maken, dat zelf knutselen in een werkplaats toch handiger was. Maar volgens NRCnext is de open source community rondom de RedRap inmiddels zover dat zo’n printer als bouwpakket rond de 350 euro kost. Laat het even doordringen. Een 3D printer, voor 350 euro!

Een apparaat voor minder dan de prijs van een iPhone die die het vermenigvuldigen van Ikea-lampjes, legoblokjes en designstoelen even makkelijk maakt als het ‘vermenigvuldigen’ en mailen van het nieuwe album van Hot Chip of het boek van @ivovictoria naar je vriend in Engeland.

Nabije toekomstmuziek: “He, ik ben die lego
speelgoedauto vergeten, kun je hem even mailen?”

Al van je stoel geblazen? Wat dacht je dan hiervan: de printer die dat alles kan printen, kan zichzelf ook vermenigvuldigen! Wie de printer koopt, krijgt er de software bij om alle onderdelen van de printer te printen en een handleiding om hem in elkaar te zetten.

Lego voor gevorderden, die als een sneeuwbal je huiskamer zal binnenrollen binnen nu en een paar jaar. En dan zal alles wat we de afgelopen tien jaar in de muziekindustrie hebben zien gebeuren, alles wat andere mediamakers nu overkomt, ook de fabrikanten van een hoop tastbare producten straks niet bespaard blijven. Heb je je al eens afgevraagd hoe het zit met de auteursrechten van al die ontwerpers? Ben nu al benieuwd van wie je dan wat steelt en hoe dat wordt tegengehouden.

Soon at your house:

Journalistiek, stop met je doelgroep beschuldigen

En weer las ik een bericht: “Je vraagt de bakker niet om gratis brood, je betaalt ook voor je benzine, waarom zou de krantenwereld haar content dan gratis weg moeten geven?” Kortom: “lezer, kijker, luisteraar, als je niet betaalt, ben je een dief. En die diefstal maakt de journalistiek kapot.” Wat een onzin!

Ten eerste, waarom betaal ik de bakker en het tankstation? Omdat ze met iets geven dat ik niet zelf kan maken en ook niet zonder enige moeite en zonder kosten kan reproduceren. Ik betaal daarom ook voor een krant en een tijdschrift in een kiosk. Maar net als met muziek is het verhaal in digitale vorm niet meer zo makkelijk vast te houden en gemakkelijk te vermenigvuldigen door iedereen (probeer maar eens met een brood en je scanner).

Dat wil niet zeggen dat ik niet betaald heb om gebruik te maken van deze mogelijkheden. Tien jaar geleden had ik geen glasvezel internetabonnement voor 30 euro per maand en ook geen no data limit abonnement op mijn telefoon voor 50 euro per maand, geen laptop en een geen desktop computer en alweer een nieuwe telefoon waarmee ik nu ook op Facebook kan. Ik betaal, en eerlijk gezegd vind ik dat ik veel betaal.

Terug naar die eerste vergelijking. Is het mijn probleem als de leverancier van de ruwe olie niet zijn deel krijgt van de aan mij geleverde benzine? Vragen we onszelf af hoeveel de boer die al dat graan heeft geoogst krijgt van onze boterham? Waarom worden we als – steeds meer aan informatie uitgevende – consument dan lastig gevallen met de vraag hoe een journalist betaald wordt?

In de afgelopen pakweg 30 jaar heeft een hele industrie veel geld verdiend aan muziek. Onder die grootverdieners zaten ook een paar muzikanten, dat is waar. Maar het overgrote deel van de mensen die goed verdienden aan muziek, was geen muzikant, maakte geen muziek. Dat is door de komst van de mp3 niet veranderd. Datzelfde zal de journalistiek ook overkomen. De eerste tekenen zijn al zichtbaar. Krijgen we straks na de release van de iPad een campagne waar schrijvers hun mond laten dichtnaaien, of nog beter, hun handen laten afhakken? En daar moeten wij ons dan schuldig over voelen?

Ik zeg hetzelfde als tien jaar geleden tegen die muzikanten: “I don’t buy it.”

En dat mag je dan heel letterlijk nemen.

FIY setup voor 5 camera's

Februari is begonnen en in februari gaat FIY opnieuw een concert filmen. El Pino & The Volunteers in Tilburg. Er heeft zich ook al een crew opgeworpen om de klus te klaren. Wil je meedoen, haak dan hier in. Het is ook tijd om geleerde lessen te delen.

1. Afspreken helpt
Afgelopen Eurosonic heb ik bij The Hickey Underworld 1 aanwijzing gegeven aan de eerste 4 filmers: kies een muzikant en film die. Een dag later hebben we bij The Mad Trist niets gezegd. Het verschil is te zien. Allebei zien ze er goed uit, maar bij The Mad Trist is de zanger vaak door iedereen gefilmd en alle andere muzikanten niet.

2: Met 5 ben je er eigenlijk al

In VERA bij The Hickey Underworld hadden we er 9, een dag later bij The Mad Trist 10. Het resultaat: je hebt alles, vaak meerdere keren. Zeker als je regel 1 opvolgt. Het is kennelijk niet voor niets dat ook als geld geen rol speelt, een conventionele cameraploeg vaak met niet meer dan 5 camera’s op komt draven.

  • Verspreid de filmers over de breedte van het podium EN over de lengte van de zaal. Dus niet met zijn allen een camera cordon aan de rand van het podium. Dat is irritant en levert bovendien minder bruikbaar beeld op dan iemand die halverwege de zaal een overzichtsplaatje.
  • Voor de mensen die vooraan staan, spreek basaal af wie je filmt. Gebruik dat als richtlijn, niet als wet. Als jij de zanger filmt, maar de bassist springt over je heen, dan film je dat natuurlijk.
  • Zelf tips of opstellingen? Hand ‘m over!