Google PlusFacebookTwitter

Déjà vu (VI): Waar is hier de nooduitgang?

By on jul 9, 2011 in #3voor12 | 0 comments

Share On GoogleShare On FacebookShare On Twitter

In mijn 3VOOR12 periode heb ik veel mogen doen. Een van de jaarlijkse hoogtepunten was schrijven over het Motel Mozaique festival in Rotterdam. Daar kroop ik altijd in de huid van de bezoeker en liet gebeuren wat anderen overkwam. Een rode draad in die ontdekkingsreis was het in rood geklede meisje dat bezoekers verleidde richting de meer verstopte onderdelen van het festival. Elk jaar wist ze ook mij te verleiden.

Waar is hier de nooduitgang

Het mozaique dat Motel Mozaique aanbiedt zit vol verrassingen. Als je het tenminste aandurft om met vreemde in rood geklede meisjes mee te gaan die zichzelf voor gids uitgeven en je daarna naar een donkere zompige naar pis stinkende kelder meenemen. Nee, dit is niet een van je bizarre dromen die uitkomt.

“Dit moet je meemaken!” Ze klinkt overtuigend. Maar wie is ze? “IK ben een gids!” Dat kan wel zijn, maar IK zie geen VVV embleem op haar rechterarm. En eigenlijk kijkt ze ook veel te guitig uit haar ogen voor een saaie gids. Aan de andere kant, de gids die me vanmiddag een onvergetelijk uur bezorgde had een pak aan en was zwerver. Het kan verkeren, hier in dat rare Motel dat zichzelf festival noemt. Ik waag de gok.

De zachte g in haar stem werkt bedwelmend. Maar de route die ze loopt wekt minder vertouwen. De kelder van Nighttown in. Dan rechtsaf, achter een hek dat er uitziet alsof je er alleen door mag als je hier werkt. Het schijnt haar niet te deren. We lopen door. Gasflessen, dozen, rotzooi, het lijkt wel een vervallen fabriek. Dan zijn we er. Een stinkende ruimte, links een raar plateautje, rechts een vreemde stellage. Zeer geschikt voor een rituele slachting met publiek.

“Stap hier maar op.” Ik ga liggen. Vraag me niet waarom. Geen riemen die me vastbinden. Dat geeft me het idee dat ik nog steeds alles onder controle heb. Dan klinkt het geratel van een katrol. Heel langzaam schuif ik omhoog. Het betonnen plafond komt dichterbij. Het plafond komt nog dichterbij. Het plafond ramt mijn neus….net niet. De houten vloer van de verdieping erboven verschijnt. Het is me nu duidelijk waar die pleelucht vandaan komt. Ik zit eronder. Nee, ik zit IN de vloer onder de wc. Ik kan nergens meer heen. De reis gaat heel traag verder. Het guitige rode meisje lacht, ergens in de verte.

Een knal. Licht. Ik kijk naar buiten. Ik bèn buiten. De stoeptegels zweven tien centimeter onder mijn hoofd. Twee meisjes lopen voorbij en schieten in een stuip van schrik. “Jezusss man!” Ik lach. Wat een bevrijding!

Maar na de tienermeisjes volgen drie gekleurde luidruchtige gasten. “Fuck!!! Nee, niet over mijn kop pissen!” schiet er door me heen. Al mijn politiek correcte principes glijden in één tel van me af. Vooroordelen vullen mijn hoofd. Dan glij ik heeéél langzaam weer terug. Een van de lawaaimakers schrikt: “Shit.. wat is dit nou man!” Hij is harder geschrokken van mij dan andersom.

Het luik klapt dicht. Terug in de grauwe betonnen kelder met vertouwde geuren, hoe smerig ook. Op de achtergrond schreeuwt Mauro in Dracula-cape “I am Nebusula.” Mij kan niks meer gebeuren. Ik ben de angst voorbij. Dankjewel, rood meisje.

(Verschenen bij 3VOOR12 op 30 maart 2003)

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *