Google PlusFacebookTwitter

Déjà vu (XI): Alsjeblieft, red me niet

By on jul 25, 2011 in #3voor12 | 0 comments

Share On GoogleShare On FacebookShare On Twitter

Bestaat een tijdmachine? Zijn mythes gebaseerd op feiten? Motel Mozaique heeft zwarte gaten die je naar een andere wereld brengen. En je vindt ze alleen met de juiste gids. Mijn eerste kennismaking met gids Yvonne in 2003

Alsjeblieft, red me niet

“Dag, met Yvonne. Ik ga je gidsen. Waar ben je?” Zij is het! Het meisje in het rood, de gids die me op de vorige Motel Mozaique een onvergetelijk moment bezorgde door me naar een donkere kelder van Night Town te lokken. “Zie ik je zo in de schouwburg?” Jaaaaa!!!!

Vijftien minuten later is ze er. Niet meer helemaal in het rood, maar onmiskenbaar haar. En net als vorig jaar overrompelend: “Ik heb een blind date voor je geregeld. Ik ga haar even zoeken.” Nouja!! Hoever kan festivalservice gaan? De gidsen zijn vrij in hun poging bezoekers te verleiden tot het beleven van iets bijzonders. Maar gaat dit niet te ver, vraag ik – getrouwde man – me af.

Er is maar één manier om daar achter te komen. Weer tien minuten later komt ze me ophalen. Ik zit bij de theatrale band Poni met mijn mond open te genieten van de waanzin die zich voor mijn neus afspeelt. Al zal het spoedig verbleken als herinnering. Mijn voorstelling begint nu pas. Yvonne bukt zich beheerst voorover en fluistert: “Het is zover.”

“Ben je bang alleen in het donker?” vraagt ze even later als we door het gebouw dwalen. “Ik ben niet alleen,” antwoordde de wijsneus. Zijn laatste adremme opmerking.

Yvonne laat me achter in een donkere werkplaats ergens in de schouwburg. Ik zie een grote zaagmachine, een boormachine, veel hout, drie stoeltjes, twee grote kisten. Even wandel ik rond. Grote ramen geven zicht op het Schouwburgplein. Dan gaat de deur open. Een verblindend mooi meisje met lang zwart haar en donkere ogen die fel genoeg zijn om in deze even donkere kamer te glinsteren als goud. Ze stapt op me af. “Ben jij Ron?” vraagt ze veel te aardig. En daar blijft het niet bij: “Ga maar zitten.” Dit keer gebiedend. Voor ik kan bedenken met welke geweldige openingszin ik weer enigszins grip op de situatie krijg, sleurt ze me mee. In een verhaal.

Terwijl haar mond me in haar mythe trekt, houden haar ogen me vastgenageld in deze ruimte. Op de achtergrond vliegen haar woorden als honingzoete bijen langs mijn oren. Iets met Mylos die een stad belaagt en een koningsdochter van het aangevallen land. Ik probeer haar blik vast te houden. Maar ik heb niks te houden. Ik ben stuurloos. Pas als ik mijn hoofd afwend in de richting van een boormachine, dringt tot me door waar ze het over heeft. Skylla, de koningsdochter, is smoorverliefd op vijand Mylos.

Na twee minuten boormachine kan ik haar weer aankijken. Nu gaat het goed. Het voelt vertrouwd. Ze is Skylla geworden. En ze is verliefd. Op mij. Want ik ben Mylos, belager van haar stad. Ik tril in elke porie. Een komma later zijn de rollen weer gewisseld. Nu ben ik God, tegen wie ze haar beklag doet. Als ik barmhartig wil antwoorden, schakelt ze opnieuw. Ze is weer de vertelster met de glinsterende ogen en ik ben niet de almachtige, maar een weerloze luisteraar die spartelt in haar vloedgolf van woorden.
Asjeblieft, red me niet.

Twintig minuten later zit ik weer bij Poni, fysiek dan. Mijn hoofd is nog in de ban van Skylla. Ik ga niet eens proberen de mythe van Mylos en Skylla na te vertellen. Elke poging zou een belediging zijn voor deze vertelster en de gids die me koppelde. Ik kan alleen maar voor je hopen dat je haar ooit mag tegenkomen.

(Verschenen bij 3VOOR12 3VOOR12 op 18 april 2004)

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *