Archive for category: Publiek als maker

Volledig zijn kan alleen als je samenwerkt met je publiek

Leuke discussie over de noodzaak om volledig te zijn als journalist bij dodebomen.nl naar aanleiding van de Fast Moving Targets uitzending met Piet Bakker. Moet dat? Of juist niet? Als je verhaal af is, kan een lezer niet meer meedoen? Is het beter je verhaal niet te ‘af’ te maken om zo reacties uit te lokken? Volgens mij kan een verhaal altijd aangevuld worden en is de enige manier om ‘volledig’ te zijn dat feit te cultiveren. Een verhaal moet gelezen worden en een lezer moet een bijdrage kunnen leveren. Altijd. Dat maakt een bericht meer dan een verhaal, het maakt er een levend journalistiek onderwerp van. Dus nee, je houdt niets achter, je deelt ALLES wat je weet van een onderwerp. Daarmee zet jij het neer. Weet jij met dat startschot het beoogde publiek te bereiken, dan heb je een journalistiek zaadje geplant, dat met behulp van alle betrokkenen (want dat zijn geinteresseerde lezers) kan groeien tot een betekenisvol stuk. Wat denk jij? Drop je mening hier, dan houden we het lekker centraal!

Lieve krant, ik smeek je, stap alsjeblieft aan boord voor we jullie uit het oog verliezen

Ik weet het, ik lijk wel een vinylplaat die blijft hangen, maar als liefde in het spel is, weten mensen nu eenmaal niet zo van ophouden… NRC.next, ik vind jullie krant fijn. En als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik het niet eens heel erg vind dat hij op papier verschijnt. Maar waarom blijven jullie vasthouden aan lopen als de enige optie terwijl de rest van de wereld zich al op zoveel andere manieren voortbeweegt? Ik smeek jullie, pak op zijn minst de trein voor we jullie uit het oog verliezen.

Vandaag lees ik in jullie – sorry, mijn – krant dan eindelijk een reactie op het stuk dat Ilja Leonard Pfeijffer afgelopen week schreef. Een mooie geplande follow up zo lijkt het. Dat zijn verhaal reacties zou uitlokken, hadden jullie kennelijk ook bedacht. Maar als dat je doel is: discussie, relevantie, waarom hou je dan zo krampachtig vast aan een verouderd ‘paper only’ model???

Waarom zou je jezelf zo beperken? Waarom de discussie alleen daar voeren. Afgelopen donderdag barstte hij namelijk al los, online. Dat was jullie credit, die je had kunnen verzilveren. Het was een schot voor open doel, waarmee je als medium nog voor het weekend je punt had kunnen maken. En dan was dat verhaaltje van Herbert vandaag ook prima geweest voor iedereen die niet online inhaakte. Al vind ik het ook een manier van minachting als zoveel mensen zich inhoudelijk bemoeien met het onderwerp en jullie in je belangrijkste uiting net doen of het allemaal niet is gebeurd. Eén specialist met een (goed) punt. Waar zijn alle andere geluiden van een interessante discussie. En waarom moet ik een foto van dit verhaal maken om het te kunnen delen. Dat het niet online is te vinden, niet als bijdrage aan de discussie wordt ingebracht is een gotspe. Het is niet of-of, ze bijten elkaar niet. Ze versterken elkaar. Als je dat tenminste wil.

Lieve NRC(.next), ik snap dat je nu je geld moet verdienen en daar niet op wil kannibaliseren. Maar als je uit principe blijft lopen waar anderen de fiets, trein, auto of het vliegtuig nemen, zul je uiteindelijk buiten adem raken en verliezen we je uit het oog. Zelfs wij, die van je houden en je graag aan boord zouden hebben als kenner en curator bij onderwerpen die ons aan het hart gaan, blijven niet op je wachten. Ga je mee? Je kunt de laatste trein nog halen. Alsjeblieft?

[wp_connect_comments href="" width="480" num_posts="6" colorscheme="light" /]

Gevaarlijk dom: Negeer je lezer en graaf je eigen graf

Gisteren heb ik me geërgerd aan een verhaal van Ilja Leonard Pfeijffer dat ik in NRC.next las. Ik heb het verhaal online opgezocht om hem van repliek te dienen. Maar NRC.next heeft geen commentaarfunctie bij haar verhalen. Dat is gevaarlijk dom.

Ik was het misschien niet eens met Pfeijffer, het verhaal was uitgeeftechnisch goud. Het bracht een – al bestaande – sneeuwbal weer aan het rollen. Alleen rolde hij wel met een rotvaart van initiator NRC.next weg. En daarmee verdampte ook de kansen voor de krant om als curator een beetje ‘eigenaar’ te blijven van de discussie. Want ook al bood de krant de kans niet, de discussie barstte wel los.

Ik schreef een blogpost op mijn eigen blog. Om een bescheiden groep potentiële lezers erop te wijzen, twitterde ik erover, waarna ik een paar retweets kreeg. Oud collega Hay Kranen schreef naar aanleiding van mijn tweet nog een blogpost over het onderwerp. Los van mijn kleine bijdrage haakte ook Bright Magazine in met een reactie en legde met 34 reacties vooralsnog de grootste claim op de discussie. Iets later volgde digitaal uitgever Timo Boezeman met een onderbouwde mening op zijn eigen blog. Zes mensen reageerden. Robert van Hoesel droeg zijn steentje bij op zijn blog met een betoog over een vervallen moraal , dat weer 15 reacties uitlokte. Frank Meeuwsen sloot vanochtend – raadt het al – op zijn blog aan met een verhaal over de veranderende rol van de schrijver.

Inhoudelijk gezien is dit een natte droom voor een journalist: je schrijft een verhaal dat iets teweeg brengt. Mensen nemen de tijd om te reageren, je aan te vullen. En geen commentaren van het type “jij klote schrijver met je subsidies”, maar echt inhoudelijk commentaar van ingevoerden. Een maatschappelijk debat op microniveau zo je wilt. Wat zou je als nieuwsmedium nog meer willen? Relevantie betekent immers bereik en bereik betekent een kans op inkomsten.

Maar waar is NRC.next in dit verhaal? Helemaal nergens. Binnen de niche van oprecht geïnteresseerden in het onderwerp dat Pfeijffer aansneed, had iedereen het er zo’n beetje over. Overal, behalve bij NRC.next… En dat is zo jammer. Want juist hier had ze met haar kennis en ervaring de perfecte curator kunnen zijn. Reageren, andere informatie erbij halen, reacties bundelen, samenvatten. Niets van dit alles. Los van alle bloggers was Bright de enige commerciële uitgever die met haar verhaal de discussie claimde. Bright was zo je wilt, de lachende derde.

Het is niet de boze buitenwereld die hier content jat van een krant. Het is de krant die er bewust voor kiest om niet in gesprek te gaan en daarmee de lezers die meer willen wegjaagt. En zichzelf daarmee weer minder relevant en dus minder waardevol maakt. Misschien een leuk onderwerp voor Ilja Leonard Pfeijffer: wie betaalt er straks nog voor zijn krant? Als ze de kansen die voor het oprapen liggen zo blijft negeren, durf ik hem een antwoord met garantie te geven: helemaal niemand. En dat mag ze niemand dan zichzelf aanrekenen.

[wp_connect_comments href="" width="480" num_posts="6" colorscheme="light" /]

De verleden tijd van het internet is begonnen: me-medium wint van massamedia

Komt er dan toch een technologische singularity aan? Na het lezen van dit bericht over de krimp van het ‘gewone internet’ begin ik er weer een beetje meer in te geloven.

Ik stel me soms voor dat ik opa ben en dat mijn kleinkinderen met elkaar kijken naar iets dat ik in een grijs verleden heb gedaan. Voor 3VOOR12 gewerkt, een app gemaakt, dat soort dingen.

Dat kon je dan opzoeken op zo’n ouderwets metalen ding met een glazen scherm en teveel knoppen. Computer heette dat. En die was via WiFi…
Neeeeeh!!! Echt??! Hahaha!!
Echt, vonden ze toen heel tof, dat ze draadloos tekstpagina’s konden binnenhalen op een ding met duizend knoppen.

Het een dialoog die ik me af en toe bewust probeer voor te stellen. Wat ik ook doe, het zal straks per definitie ouderwets zijn. Het ziet ernaar uit dat ik de dialoog moet aanpassen en het kleinkind moet vervangen door kind. Want in Amerika krimpt de tijd die mensen op internet besteden nu al, als je Facebook niet meetelt. Het internet zoals ik dat geboren heb zien worden, het internet van de documenten, het internet waarin Google de scepter zwaait, het internet dat een oneindige groeispurt leek te maken, is over haar piek heen. Wow…

Let wel, tel je dat nullen en enen, dan groeit ook het gewone web nog steeds. Maar er is één beperkende factor die ook voor internet geldt: tijd. Mensen kunnen hun tijd maar één keer besteden. En dat doen we met zijn allen steeds meer mobiel, maar vooral ook meer in een digitale sociale omgeving en minder aan al die andere vormen van mediagebruik.

Al die producerende mediapartijen die vechten om de aandacht, worden ze buitenspel gezet door de mediamens, het “me”-medium? De lokale krant weet dat mensen willen lezen over hun buurt, over dat wat hen aangaat, over henzelf eigenlijk. Een muziekwebsite weet dat festivalfoto’s van bezoekers het beter doen dan bandfoto’s. Is het sociale web het mes dat mediaproducers als middleman eruit snijdt?  Want als mensen zichzelf willen zien en er is een ecosysteem dat dat mogelijk maakt, waarom zou je dan nog je foto naar het RTL journaal sturen als je via Facebook meteen iedereen direct bereikt die je wil bereiken met de “What weather is it in your town” app? Precies.

De kracht van de massa: I'm a believer

Nooit gedacht dat ik nog eens zo pleiten voor meer geloof. Toch is dat wat dit is: en pleidooi voor geloof in de kracht van samen iets doen. Het zal niet alleen een regering veranderen, ook de manier waarop we nieuws tot ons nemen.

Het hing al in de lucht, maar als het dan echt gebeurt, komt het toch als een verrassing. Het rijkste land van Europa heeft besloten alle kerncentrales te sluiten. Ze wil straks vijftig procent schone energie produceren. Dat is goed nieuws voor de groenlinks-gekleurde persoon die ik ben, maar het is ook inspirerend nieuws voor mensen die geloven in de kracht van een verenigde massa, op elk vlak.

Ik geloof dat mensen zichzelf wel kunnen verenigen en een kracht kunnen vormen die sterker is dan die van de tegenstander, of dat nu een olieconcern of een regering is. Ik geloof dat het kan als mensen er zelf in geloven. We zagen het bij de Arabische lente. We zien het in Duitsland, waar kernenergie toekomstig verleden tijd wordt. De politiek beweegt omdat de massa zich laat gelden, op welke manier dan ook. Dat heeft niets met Facebook of internet te maken, maar alles met de kracht van een groep die samen sterker is.

Precies dat zal ook gebeuren met onze nieuwsmedia. Het publiek beweegt, groepeert, communiceert, publiceert. Zonder zich iets aan te trekken van de regels die kranten, tijdschriften, radio- of tv-zenders hanteren. En ze zullen zichzelf en anderen daarmee een dienst bewijzen. Nieuwsmedia die dat omarmen en samen met hun publiek op zoek gaan naar een vorm om die kracht nuttig in te zetten worden er beter van. Doen ze het niet vrijwillig, dan zal het publiek hen of dwingen of negeren.

En kom nou niet met het verhaal van een mislukte burgerjournalistiek platform. Want daar zijn er genoeg van, dat weet ik. Het is de prijs die we voor de groei moeten betalen als beroepsgroep. De gebroeders Wright stortten ook een paar keer neer voor hun eerste vlucht slaagde. Er is geen andere manier dan veel dingen proberen en keer op keer op onze bek gaan, tot we de juiste hebben gevonden. Als je die prijs vergelijkt met offer dat Egyptenaren, Syriers of Tunesiërs brachten om weer zicht te krijgen op een vruchtbare toekomst, is het een schijntje.

Het slot is van de deur; pak wat je pakken kan!

Ik heb de mond vol over het einde van het huidige copyright systeem, geef af op partijen die hun forten op dat vlak bewaken en schreeuw van de daken dat het roer om moet. Dat zijn woorden. Ben ik goed in. Maar daden bleven uit. Tot nu. Vanaf vandaag mag je doen met me wat je wil. Alles wat je hier van mijn hand vindt, is gepubliceerd onder de Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 licentie.

Ja, dat klinkt ingewikkeld. Het is een van de redenen dat ik er vaak even naar keek, maar het nooit echt heb gelezen. Zonde, want het is eigenlijk heel simpel: je mag doen met mijn teksten, foto’s en filmpjes wat je wil. Gebruiken, sampelen, citeren, achterstevoren uitschrijven en dat inbinden en als boek verkopen. Zolang je mij maar de credits geeft voor mijn aandeel en je je publicatie verspreidt onder precies dezelfde licentie. Dus ook jouw product mag door anderen weer gebruikt worden.

Even dacht ik nog dat ik de licentie wilde waarbij je het wel mag gebruiken, maar niet commercieel mag exploiteren. Of de licentie waarbij je het wel mag kopieren, maar niet mag aanpassen. Maar eerlijk is eerlijk, de dingen die ik doe zijn vooralsnog meer gebaat bij verspreiding met verwijzing dan bij uniciteit zonder bereik. En als je de mond vol hebt van ondernemende journalistiek, is het ook een beetje raar om vervolgens commerciele partijen te weren, toch? Daarom gaat het slot van de deur. Kom binnen en pak wat je gebruiken kan!

De #fiy app is slechts het begin (3): hard nieuws

Anderhalf jaar lang droomde ik van een manier om de vele concertvideo’s die je na elk concert op Youtube vindt automatisch te combineren met de goede geluidsopnames die we bij VPRO’s 3VOOR12 vaak maken van datzelfde concert. Met de lancering van de FIY app is die droom uitgekomen. Het voelt als een doorbraak. En toch is het nog maar het begin. Wat te denken van een door publiek waargenomen nieuwsfeiten die ze met de app filmen?

Het is niet moeilijk om een voorstelling te maken van bepaalde gebeurtenissen wanneer je door het oog van alle toeschouwers kan kijken. Een vliegtuig dat net voor de landingsbaan neerstort, een ruzie op straat, een mishandeling, de inauguratie van een president, noem maar op. Gefilmd door publiek en door FIY automatisch samengevoegd, zodat het van alle kanten bekeken kan worden.

Ja, ik zie ook problemen, dilemma’s, ethische vragen. Werkt dit niet ramptoerisme in de hand? Is dit niet zuiver sensatiezucht? Terechte vragen. Maar ze zijn niet het gevolg van de FIY app. Eerder legt deze problemen waar de journalistiek al een hele tijd mee kampt onontkoombaar bloot. En daarmee wordt de noodzaak om het probleem aan te pakken des te groter.

Want een systeem dat videobeelden van een gebeurtenis direct samenvoegt en het mogelijk maakt om zo toedracht en feiten te kunnen achterhalen is ook een enorme kans voor de journalistiek. Maar dan moet ze hem wel durven aan te grijpen en op zoek gaan naar manieren om deze samenwerking met het publiek vorm te geven.

Een FIY nieuwsgebeurtenis scenario in de praktijk :

  • Omstanders schakelen FIY app in bij het zien van nieuwswaardige gebeurtenis
  • Wanneer meer mensen op 1 moment op 1 plek filmen, wordt dat automatisch zichtbaar op de FIY landkaart
  • De FIY redactie beoordeelt de gebeurtenis en kan ervoor kiezen om de multi grid presentatie aan te bieden, eventueel na regie/eindredactie

Je kunt het je ook makkelijk andersom voorstellen:

  • De FIY redactie krijgt informatie van een gebeurtenis binnen
  • Ze kijkt of er app bezitters op dat moment in de buurt zijn
  • Ze vraagt de app-bezitters in de buurt de gebeurtenis te filmen
  • De beelden komen automatisch op een landkaart
  • Bij meerdere filmers kan de FIY redactie weer het totaalplaatje presenteren

Het zijn de twee voor de hand liggende toepassingen. Maar ik voel aan mijn water dat het zeker niet de enige opties zijn. Daarom hebben we besloten om in het vervolgtraject ook een API te ontwikkelen waarmee anderen hun eigen presentatievorm kunnen bouwen van het binnengekomen FIY beeldmateriaalal.  Kortom, de app is nog maar het begin ;)