Het is donker en nog lang geen ochtend, maar de dauw hangt al op zijn plaats,
zweverig als altijd. In de verte stijgt een heuvel op uit het meer.
De bergtop tilt zichzelf boven al het aardse uit, verheven tot een symbool.
Daar ga ik niet heen, daar waar Annika vorig jaar werd verkracht, daar wil ik niet heen.

Gelukkig is niet de hele omgeving bedoezeld met menselijke feiten. Er zijn hier nog gebieden die een gemeenschappelijke, openbare geschiedenis ontberen. Stukjes land waar persoonlijke geheimpjes geboren worden, gevormd tot hemelse herinneringen. Herinneringen die ik later zal romatiseren, waardoor ze veel mooier lijken dan ze ooit waren. Plekken waarvan ik denk dat ze me het gevoel geven dat die na´eve droom die ik had, heel even uitkwam. Een droom die ik zelf verzon, net als de herinnering aan dat meisje dat er bij was. Dat meisje dat er niet meer is. Dat meisje dat alleen nog bestaat
in mijn hoofd.