Google PlusFacebookTwitter

Waarom Heerlen goed bezig is en Zwart Goud niet

By on apr 17, 2012 in #playground | 1 comment

Share On GoogleShare On FacebookShare On Twitter

Ken je dat, dat je persoonlijk geraakt wordt door een verhaal? Ik las “Heerlen, stad zonder popzalen” en raakte redelijk oververhit. Daarna dacht ik “ach, Zwart Goud, wie leest dat nu?” en ging over tot de orde van de dag. Maar ja, nu heeft Harry Prenger een follow-up geschreven waarvan ik opnieuw ga koken. En hoe hard ik ook hoop dat niemand het leest, de realiteit is dat ook dit stuk tot mij komt omdat meerdere bekenden het lezen en erover posten op allerlei plekken. En dus kon ik het niet laten…

Harry, nadat je in je eerste verhaal al de plank zo erg mis sloeg dat ik me persoonlijk afvroeg of je ooit wel eens een hamer in de handen hebt gehad, is je tweede poging om de boel te lijmen en tegelijkertijd nog een klap uit de delen weer zo pijnlijk, dat ik me niet kan inhouden. Vergeef me op voorhand alsjeblieft dat ik net als jij eigenlijk veel te lang van stof ben. Het komt omdat ik me persoonlijk voel aangesproken.

Allereerst als journalist. Een journalist die nuance zoekt is een slecht journalist, betoog je. Wat een onzin! Schrijf je een column, dan zoek je de randen op ja. Maar probeer je zoals jij een zaak te beargumenteren, dan moet je juist wel alle kanten belichten. Laat zien dat je weet hebt van de tegenargumenten en haal ze onderuit. Juist daar laat jij als journalist steken vallen. Alles wat niet binnen je betoog past, laat je voor het gemak weg. Als column misschien nog provocerend, als onderzoeksjournalist krommen mijn tenen.

Ik voel me ook aangesproken omdat ik in mijn tijd als journalist bij 3voor12 veel over de (met enige regelmaat falende) opkomst van popzalen in ons land heb geschreven. Niet zelden zag ik het mis gaan vanwege het sentiment dat jouw eerste verhaal uitademt: opportunistisch groots denken zonder te werken aan de basis die nodig is om van een popzaal meer te maken dan een zaalverhuurbedrijf. Een gevaarlijke route.

Ik heb de afgelopen jaren De Nieuwe Nor en Joery Wilbers regelmatig geprezen. En voor je me hierop probeert te pakken: ja, het is een vriend van me. En ik steun vrienden. Maar laat ik er – als journalist – ook nog wat andere punten tegenaan gooien. Of nee, laat ik je een paar eenvoudige vragen stellen:
1) Hoe goed lopen die zalen die jij roemt? Hoe vaak zitten Effenaar, Patronaat of 013 nu echt vol?
2) Hoe is het gesteld met het popklimaat op die plekken? Durf je op grond van de cijfers over politieke daadkracht, potentiële en daadwerkelijke bezoekers de uitgevoerde plannen van deze steden naast de gemaakte plannen van Maastricht, Sittard of Venlo te leggen? Ook zonder in een lachstuip te schieten?
3) Kun jij mij kortom één stad in Limburg noemen die je serieus kan vergelijken met genoemde voorbeelden?

Ik zal je bij die laatste helpen. Nee, dat kun je niet. En daarom is Heerlen – en in het bijzonder de groep mensen die in de afgelopen jaren veel voor elkaar heeft gekregen – zo goed bezig. Omdat uiteindelijk de verleiding is weerstaan en er niet slechts gedacht is in bakstenen, maar vooral aan het tot leven wekken en wasdom laten komen van een popcultuur.

De Nieuwe Nor is zo’n beetje het kleinste nieuwe poppodium van Nederland. En toch zal Joery bevestigen dat artiesten die in grotere studentensteden een grotere zaal vol trekken zijn Nieuwe Nor regelmatig nog niet vullen. Dat is niet gek. Er was geen popcultuur, geen cultuur van live muziek bezoeken voor een paar euro. Die is er nu wel. En de Nieuwe Nor heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd. Niet met bakstenen, maar met het voeden en opvoeden van publiek dat wel van goede wil was, maar nergens wortel wilde schieten. Omdat de mensen die bij machte waren hier iets aan te doen aan de ene kant bleven hangen in de clichés over het zuiden als de typische achtergestelde metalweide en aan de andere kant geen ambitie toonden om daadwerkelijk iets voor elkaar te krijgen.

De Nieuwe Nor en haar team was het water dat die eerste wortel liet schieten. En de samenwerking met de Limburgzaal is een logische volgende stap: grotere namen trekken als dat haalbaar is, op een locatie die het aankan. Niet eerst een perfecte zaal voor 800+ concerten neerzetten en vervolgens de ellende van een niet lopend pand op je nek halen. Nee, eerst in samenwerking met andere partijen een opbloeiende popcultuur bedienen met wat je hebt en tegelijkertijd nieuwe vraag creëren. Want je gaat misschien niet naar GEM, maar wel naar dEUS in de Limburgzaal. En daarna naar de afterparty in de Nieuwe Nor. Zo werkt dat, samen werken aan een toffe popscene.

Je spreekt over de Limburgzaal als een plek die altijd ondergeschikt zal blijven aan de theaterfunctie. Je zegt dat het Cultuurhuis nooit de functie van een officieel poppodium zal krijgen. Het zijn precies dit soort zwart-wit statements waarmee je je hakken zo in het zand zet dat je verandering blokkeert. Ik geloof niet in altijd en nooit. Ik was pas nog in een boekenwinkel. De mooiste van de wereld zegt men. Hij is in Maastricht, in een kerk. Ik zeg het nog een keer: een kerk. Ik weet, voor sommige mensen zijn boeken heilig, maar ik geloof niet dat iemand dat 50 jaar geleden had kunnen bedenken. Waarom kan de Limburgzaal niet meegroeien, haar bestemming aanpassen? En moet dat wel? Is deze samenwerking niet perfect om aan te tonen dat je wel publiek kan trekken met artiesten van het formaat dEUS? En stel dat je dat niet 5 keer maar 25 keer per jaar doet. Dan heb je iets veel belangrijkers bereikt dan een nieuwe bestemming voor de Limburgzaal: draagvlak. Laten we zorgen dat we daar komen. Ik beloof je dat als je dat bereikt, je veel krachtigere argumenten hebt dan je nu in je flinterdunne betoog ophoest.

Wat ik zie is geen zelfgenoegzaam clubje dat tegen jou zegt dat je niet zo moet zeuren en blij moet zijn met wat je hebt, maar een opbloeiende scene die gestaag uitdijt dankzij de onvermoeibare inzet van betrokkenen. Ik zie een scene die ervoor kan zorgen dat de Limburgzaal en het Cultuurhuis uit hun voegen barsten en de noodzaak van een grotere zaal creëren. Ik zie mensen die niet alleen roepen, maar doen. Maar ik zie ook mensen die niet alleen rommelen in de marge, maar ook op gemeentelijk en regionaal niveau de discussie aangaan. Ik zie een groep mensen die ervoor heeft gezorgd dat pop in ieder geval in Heerlen niet meer iets smerigs is. Wat dat betreft mag je van mij een parallel trekken met Tilburg. Ook daar heeft jarenlange inzet gezorgd voor een “pop mind” in de gemeentepolitiek. En kijk ook maar naar Tilburg als je wil weten waarom dat belangrijk is. Als die wens een popstad te zijn niet diepgeworteld is, gaat een popzaal er bij de eerste de beste bezuinigingsronde aan. Dan bouw je geen popcultuur maar verstook je geld. 013 moest meerdere keren gered worden door de gemeente. Dat kan alleen gebeuren als die gemeente is doordrongen van het belang. Daar moet je aan bouwen, niet aan een blokkendoos met speakers.

Wat ik ook zie is dat andere gemeenten “dat ook willen” en daarom als een gek plannen uit de grond stampen voor podia die niet passen bij de werkelijkheid van hun omgeving. En juist die plannen zijn heel slecht voor een popcultuur en het draagvlak voor investeringen erin. Het leidt tot een zelfvervullende voorspelling dat die cultuur te veel geld kost.

Laten we alsjeblieft deze les leren van Heerlen. Ambities zijn te prijzen, dat doet ook Joery. Realistische plannen maken is echter ook noodzakelijk om ambities niet in de kiem te smoren, om ze niet stuk te laten slaan op onmogelijke doelstellingen en politieke tegenwind als het college vier jaar later van kleur verandert. Limburg is redelijk onontgonnen. Als andere steden realistische plannen uitvoeren, zal Heerlen daar alleen maar de vruchten van plukken. Daarom hoor je Joery ook enthousiast praten over dat soort plannen. Hij is er niet bang voor. Als er elders megalomane plannen worden uitgevoerd als gevolg van politieke geldingsdrang, zal Heerlen daar ook niet slechter van worden, maar de Limburgse popcultuur heeft er niets aan.

Dus, wat wil je? Een levendige popcultuur? Pak die hamer dan nog één keer vast en ga je popvrienden helpen met de (weder)opbouw door de huidige groep te steunen waar het kan. Mag je van mij nog steeds af en toe de plank misslaan, maar dan werk je tenminste aan iets nuttigs.

met vriendelijke groet
Ron

1 Comment

  1. Oscar punt

    17 apr ’12

    Post a Reply

    Een warm betoog. Volledig mee eens. Een stukje tekst waarin wordt gebouwd en niet afgebroken.

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.